Diogenes over rijk zijn zonder een cent te bezitten: Wijsheid van een blaffende bedelaar

Tegen de man die zei dat het leven slecht was, zei hij: ‘nee, niet het leven, slecht leven.’

Ruim vierentwintig eeuwen voor de introductie van het begrip klimaatverandering en de daarmee gepaarde roep om minder te consumeren – minder vlees, minder fossiele brandstoffen, minder plastic, eigenlijk: minder alles – was er al een denker die betoogde dat we zo min mogelijk moeten bezitten. Zijn naam was Diogenes, en hij bezat niet meer dan een jas en een knapzak.

Hij pleitte niet vanuit milieuoverwegingen voor deze minimalistische levensstijl, maar vanuit de overtuiging dat mensen simpelweg weinig nodig hebben om gelukkig te zijn.

Diogenes van Sinope (404 – 323 v.Chr) leefde in de tijd van Plato en wordt geschaard onder de filosofische school van de cynici. Van zijn eigen hand zijn geen geschreven teksten overgeleverd en we kennen hem dus alleen via derden. In het boek De wijsheid van de honden zijn talrijke anekdotes, die elkaar dikwijls tegenspreken, en citaten die aan hem zijn toegeschreven, verzameld.

Gezamenlijk schetsen ze het beeld van een man die zijn filosofie tot het uiterste doortrok. Zo sliep Diogenes in een kruik (aanleiding voor mij om op de grond te slapen), slenterde hij overdag over straat en masturbeerde hij in het openbaar als een uiting van vrijheid. Dit gedrag namen veel van zijn tijdgenoten dan ook niet in dank af. Omstanders scholden hem regelmatig uit voor ‘hond’. Dat deed hem hoogstwaarschijnlijk weinig.

waterhouse-diogenes

‘Ik kan niet worden beledigd’, zei Diogenes volgens een van de bronnen. Een goed, wijs persoon, lapt volgens hem alle beledigingen aan zijn laars. Waarom zou je je laten kwetsen door iemand die zijn eigen onvermogen met ieder woord laat blijken?

Een vergelijkbaar punt maakt de stoïcijnse filosoof Epictetus in zijn colleges over boosheid en je je ergeren:

Stel je wordt uitgescholden. Wat houdt dat in, uitgescholden worden? Loop eens op een steen af en scheld die uit: wat bereik je daarmee? Als jij nu net eens zo naar dat gescheld luistert als zo’n steen, wat voor plezier heeft degene die jou uitscheldt daar dan nog van?

Waar maak je je dan druk om?

De naam ‘hond’ werd dan ook door Diogenes omgedoopt tot een koosnaampje:

Op de vraag waarom hij Hond werd genoemd, antwoordde Diogenes: ‘Omdat ik slechte en leugenachtige mensen met de waarheid confronteer en hun de waarheid over henzelf vertel en omdat ik bij goede mensen met mijn staart kwispel en grom tegen de tronies van kwaadaardige lieden.’

[…]

Andere honden bijten hun vijanden, maar ik mijn vrienden, om hen te redden.

Diogenes verkondigde dikwijls de boodschap we net als honden heel weinig nodig hebben:

Als je van deze wereld alleen wilt krijgen wat voor jou voldoende is, dan zal het minste wel genoeg zijn voor je. Als je er echter meer van wilt hebben dan voor jou voldoende is, dan zal alles voor jou nooit genoeg zijn.

De filosofie kan ons dat leren (wat we ook zien bij Socrates, die stelde dat geld en rijkdom niet hetzelfde zijn), maar de armoede al helemaal. Hij noemt de armoede dan ook een ‘autodidactisch hulpmiddel naast filosofie. Wat zij je met woorden probeert te leren, dwingt de armoede je metterdaad.’

bastein-lepage_diogenes

Meer dan tweeduizend jaar later benadrukt Schopenhauer eveneens dat geld ons niet gelukkig maakt – hij schrijft: ‘Rijkdom lijkt op het water van de zee: hoe meer je ervan drinkt des te meer dorst je krijgt’ – het grote verschil is dat Diogenes zijn filosofie werkelijk leefde. Hij was straatarm:

Wanneer hij zich dubbelvouwde in zijn pot, zei hij voor de grap dat hij een verrijdbaar huis had, dat zich zelfs aan de seizoenen aanpaste. In de winter draaide hij namelijk de opening van de pot naar het zuiden, in de zomer naar het noorden en hoe de zon ook maar inviel, het hoofdkwartier van Diogenes draaide mee. Hij had een houten drinknap, maar op een gegeven moment zag hij een jongen uit de holte van zijn hand drinken, waarop hij dat ding naar men zegt wegslingerde met de woorden: ‘Ik wist niet dat de natuur ook een beker bezat.’

Het verhaal gaat dat Alexander de Grote ooit een lang reis maakte om Diogenes te ontmoeten. Op het einde van het gesprek vroeg Alexander de Grote Diogenes of hij nog iets voor hem kon betekenen. Diogenes antwoordde: ‘Ja, ga eens uit mijn zon.’

caspar_de_crayer_alexander_and_diogenes

Een andere anekdote vertelt dat Diogenes ooit slaaf was en ‘vrienden hem wilden vrijkopen, maar dat hij hen onnozele halzen noemde, aangezien leeuwen ook geen slaven waren van degenen die hen te eten gaven, maar de verzorgers van de leeuwen.’

Hij was dus alles behalve een boekenfilosoof – een verwijt dat bijvoorbeeld Nietzsche Kant maakt in zijn essay over de filosoof als opvoeder – maar leefde bovenal zijn filosofie. Hij laat zien wat nu de dag Marc Dwane bedoelt met rijker leven door armer te leven.

Tot slot:

Diogenes liep het theater binnen tegen de stroom mensen in die naar buiten kwamen. Gevraagd waarom, zei hij: ‘Dat probeer ik mijn hele leven al te doen!’

Lees de Wijsheid van de honden in het geheel voor nog meer anekdotes en citaten van deze opmerkelijke man en zijn collegacynici. Vul je ervaring aan met Aristoteles over leven tussen armoede en rijkdom en de filosofie van Epictetus, die zich door Diogenes liet inspireren en schreef over vrijheid, je ergeren en de wereld willen zoals die is.

Vind je dit interessant?

Ontvang elke maand interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

4 comments

  1. Al kende ik wel ’t verhaal over Diogenes wel.Hier wordt het toch wel merkwaardig weergegeven. De ‘Essentie’ in ’t verhaal, daar is ’t wel om te doen. : ‘Eenvoud’ zal moeten in de toekomst.De meerderheid van de bevolking en commerce (Reclame) zal hier niet gunstig op reageren.

    1. Bedankt voor je reactie Marcella. Welk gedeelte vind je merkwaardig?

      Er is overigens niet zoiets als ‘het verhaal’. Het enige dat we hebben zijn anekdotes en toegeschreven citaten, door verschillende auteurs die om diverse redenen over Diogenes schreven. Sommigen waren van hem gecharmeerd, anderen probeerden daarentegen eerder zijn positie belachelijk te maken. Alleen al over zijn dood doen allemaal bizarre verhalen de ronde.

      Als we de anekdotes allemaal geloven is hij gestorven door het eten van rauwe octopus en rauwe eieren, heeft hij zowel bij de sportschool en bij een boom zijn laatste adem uitgeblazen, is hij levend door honden in stukken gescheurd en tegelijkertijd als onaangetast geheel zowel begraven als in de rivier gegooid. Dit voorbeeld laat de moeilijkheid zien om over ‘het verhaal’ te spreken. We kunnen hooguit een bepaalde geest/boodschap in hem lezen.

      Het tweede, daaropvolgende gevaar, is om hem volledig los van zijn tijd en context te lezen. Zijn redenen voor een pleidooi voor eenvoud (individueel geluk) zijn niet dezelfde als moderne ecologische redenen voor eenvoud (toekomst mensheid).

      Je zou wel kunnen stellen dat eenvoud nu nog belangrijker is: niet alleen voor het geluk van het individu (Diogenes), maar ook voor de toekomst van de mensheid (ecologische redenen). Dat laatste, eenvoud zodat de mens voort kan blijven bestaan, kan echter nooit de boodschap zijn geweest van Diogenes.

      Wel kunnen we zijn argumenten voor een eenvoudig bestaan (dat het het individu geluk brengt) inzetten om mensen vanuit ecologische redenen te overtuigen om met minder genoegen te nemen. En dat lijkt mij een waardevolle les.

      Groetjes,
      Floris

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*