Discipline: Anna Belkoop over de overschatting van wilskracht

We leven in het tijdperk van de Kinder Suprise. We laten onze kinderen, onze toekomst, verheugen op een dun laagje chocolade dat vult noch voedt, met daarin nog een ei, een holle belofte – leuker voor het openmaken dan daarna. Na enkele minuten spelen verdwijnt het speelgoed in een lade, jaren later in de prullenbak en vervolgens verkent het in micro-deeltjes alle uithoeken van de wereldzeeën. Het reist in de magen van vissen, slipt in de aders van schilpadden, en belandt weer op ons eigen bord. Troep, daar leven we op.

Zo leest de flaptekst van het laatste boek van Anna Belkoop, getiteld: Ecologisch bewuste opvoeding. Zes maanden lang stond ze iedere dag om 5:00 uur op en schreef ze tot haar kinderen de trap af kwamen stampen. Een groter verschil met een decennia eerder is haast niet denkbaar.

Toentertijd zat ze na het behalen van haar diploma filosofie in de bijstand. Ze rolde dagelijks pas na het middaguur uit haar nest, was zwaarlijvig en dronk in haar eigen woorden ‘altijd het een-na-laatste glas’. Over die periode is ze nu aan het schrijven: een autobiografisch werk over hoe ze zichzelf wist te disciplineren.

Talloze mensen schreven al over discipline, wat denk jij aan het onderwerp te kunnen toevoegen?
Het is geen zelfhulpboek. Daarmee onderscheidt het zich al van 95% van wat op de planken ligt. Ik vertel je niet wat je moet doen. Het is eerder een bekentenis van een loser, iemand die alle mogelijke middelen heeft aangewend om haar van nature afwezige gebrek aan discipline te compenseren. En met redelijk succes. Daar vertel ik over.

 

Als je nu advies zou mogen geven aan je tien jaar jongere zelf, wat zou dat dan zijn?
Wees niet zo arrogant. Je wilt de wereld opruimen, maar kan niet eens je eigen shit opruimen. Niet eens je eigen kamer. Begin daar maar eens mee.

Dat is vrij specifiek. Waarom dat advies?
Ik denk dat ik net als veel andere jongeren veel te idealistisch was. En tegelijkertijd naïef. Ik deelde de wereld in slechte en goede mensen. Je was onderdeel van het probleem – of onderdeel van de oplossing. Maar het is zo ongelofelijk simpel om met een beschuldigende vinger naar een ander te wijzen en daarmee denken dat jij een goed mens bent.

Ik nam geen enkele verantwoordelijkheid voor mijn eigen bestaan. Ik leefde in een puinhoop. En toch had ik het gore lef om te denken dat ik anderen de les kon lezen. Dat ik het allemaal beter wist. Dus vandaar mijn boodschap aan mijn jongere zelf: krijg eerst je eigen leven eens op orde. Begin met je kamer opruimen.

En hoe zou je jongere zelf dat dan moeten doen?
Verkrijg een routine. Je moet een routine hebben, een vaste tijd opstaan, dezelfde dingen doen. Wil je schrijven, schrijf dan, zei de Romeinse wijsgeer Epictetus over gewoontes. En er is geen betere manier om een routine te krijgen dan door verantwoordelijkheid op je te nemen, verwachtingen bij anderen te creëren en deze waar te maken.

Denk hierbij aan een deadline. In feite is dit een wederzijdse afspraak, waar je zelf mee akkoord gaat, om jezelf op een later ogenblik te dwingen iets af te maken. Je hebt extra redenen om iets te doen wat je überhaupt al wilde doen (‘ik heb geen zin, maar wil ze niet teleurstellen’ | ‘ik wil nog een volgende opdracht’). Zo externaliseer jij zelf je discipline, en dat moet ook wel. Alleen is er altijd een reden om het niet te doen (‘ik heb geen zin, doe het morgen wel’).

Daarom is een baan zo belangrijk. Je moet dan je bed uitkomen, omdat mensen op je rekenen. Je draagt iets bij aan de wereld. Bovendien geeft een baan structuur aan je leven. Ik ben nu ik kinderen heb en werk als docent aardrijkskunde vele malen productiever dan in de tijd dat ik in de bijstand zaten iedere dag wakker werd met een lege agenda.

Wat is de grootste valkuil waar je in je pogingen om te veranderen intrapte?
Dat om te veranderen ik iets alleen maar graag genoeg moest willen (‘ik wil stoppen met drinken’, | ‘ik wil Duits leren’). Dat ik mezelf net als Baron van Münchhausen aan mijn haren uit het moeras kon trekken. Zo werkt het niet.

 

Hoe bedoel je dat?
Motivatie, willen, piekt altijd aan het begin van de voorgenomen zelfverandering. Ik lanceerde mezelf met veel bombarie (‘deze keer gaat het anders zijn’ | ‘nu wil ik het echt’), maar onvermijdbaar volgde er een dal, waarin ik mezelf verleidde met de allerkleinste leugentjes (‘maar een keer is niet erg’ | ‘dit heb ik verdiend’).

Mijn hand vond op de donkerste momenten blind de drankkast. Eén moment van zwakte leidde vrijwel altijd tot een gehele overgave (‘het lukt me toch niet’ | ‘wat maakt het ook uit’). Een glas werd een fles, twee, een doos, een winkelwagen vol, een bevestiging dat ik toch niet kon veranderen.

Weten dat deze misleidende momenten gingen komen was eveneens niet voldoende. Ik moest mezelf wapenen en het onmogelijk maken mijn eerdere beloftes te verloochenen. Zelfdiscipline, hard genoeg ‘willen’ was onvoldoende. Paradoxaal genoeg vond ik aanwijzingen daarvoor in Foucaults Discipline, toezicht en straf.

Doel je op het feit dat discipline vooral een sociaal fenomeen is?
Niet alleen sociaal, maar dat discipline überhaupt een relationeel fenomeen is.

Van Foucault leerde ik dat we sinds de verlichting anders gedisciplineerd worden, niet langer door het opleggen van geboden – je moet dit, je moet dat (wat een of andere godje zogenaamd heeft uitgekraamd) – maar op veel subtielere wijzen: bijvoorbeeld door het opwekken van verwachtingen en door het inrichten van de omgeving op zo’n manier dat je haast vanzelf ‘slecht’ (ongewenst) gedrag gaat vermijden.

Het gaat dus niet alleen om de verhouding van jezelf tot jezelf, maar ook van jezelf tot je omgeving: andere mensen, objecten, etc. Design wordt ineens uitermate belangrijk, omdat het je gedrag stuurt. Zoals een bewakingscamera in een winkel. Bij hem heeft die relationele discipline een nare bijsmaak, maar je kunt die technieken eveneens zelf inzetten.

Hoe dat?
Bijvoorbeeld bij mijn drinkgedrag. Door niet meer om te gaan met mijn vrienden die veel dronken. En geen drank meer in huis hebben. Ik moest me heel wat slechter voelen om naar buiten te gaan, naar de supermarkt, een fles te kiezen, deze af te rekenen en te drinken, dan om een halfvolle fles uit rum uit de kast trekken, die er toch al lag en wachtte om gedronken te worden (‘weggooien is zonde’ | ‘als ik het nu niet drink, doe ik het later wel’).

Ik merkte dat het dus geen kwestie was van: ‘ik moet nog meer willen stoppen met drinken’, maar veeleer: ‘hoe richt ik mijn omgeving zo in dat ik zelfs als ik dadelijk even niet meer wil ik toch niet terug kan grijpen op de fles?’

Bekijk ook mijn eerdere gesprek met Anna over Niet jezelf zijn: een pleidooi voor een meervoudige persoonlijkheid

 

Vind je dit interessant?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang maandelijks interessante ideeën uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

 

Vind je dit interessant?

Meld je aan voor de nieuwsbrief en ontvang maandelijks interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

1 comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*