Jordan Peterson: 12 regels voor het leven

Een jaar lang keek ik dagelijks colleges van Jordan Peterson, een Canadese psycholoog die inzichten uit de filosofie, psychologie, theologie, mythologie, wereldgeschiedenis en literatuur naadloos met elkaar verbindt. Centraal staat de vraag: hoe moet je leven?

Friedrich Nietzsche, Carl Gustav Jung, Aleksandr Solzjenitsyn en Fjodor Dostojevski zijn de hoofdrolspelers. Peterson combineert hun ideeën met moderne inzichten uit de biologie en neurowetenschappen. Hij doet dit zo goed dat ik na ieder college de neiging krijg te applaudisseren.

Jordan Peterson 12 regels voor het levenOm zijn ethiek toegankelijker te maken voor een breed publiek heeft hij een boek uitgebracht: 12 rules for life: an antidote to chaos (12 regels voor het leven, nog niet in het Nederlands vertaald). Hierin heeft hij zijn denkbeelden gedestilleerd tot twaalf regels.

‘Regels? Maar dat is toch niet van deze tijd?’ vraag je je misschien af. Ja, regels. Het is een normatieve ethiek. Hij schrijft werkelijk voor wat bijdraagt aan een betekenisvol bestaan, gebaseerd op wetenschappelijke en filosofische inzichten. Mij heeft hij flink aan het denken gezet en mijn leven positief veranderd. Daarom schijn ik graag mijn licht op zijn twaalf regels.

De komende tijd zal ik alle twaalf de regels bespreken. Hieronder volgt alvast de eerste.

Regel 1 / Sta rechtop met je schouders naar achteren
Regel 2 / Behandel jezelf als iemand voor wie je verantwoordelijk bent om te helpen
Regel 3 / Word vrienden met degenen die het beste voor je willen
Regel 4 / Vergelijk jezelf met wie je gisteren was, niet met hoe iemand anders vandaag is
Regel 5 / Laat je kinderen niet iets doen waardoor je een hekel aan ze krijgt
Regel 6 / Krijg je huis in perfecte staat voordat je de wereld bekritiseert
Regel 7 / Jaag na wat betekenisvol is (en niet wat eenvoudig is)
Regel 8 / Vertel de waarheid, of ten minste–lieg niet.
Regel 9 / Neem aan dat de persoon naar wie je luistert iets te vertellen heeft wat je nog niet weet
Regel 10 / Wees precies in je woorden
Regel 11 / Laat kinderen met rust als ze aan het skateboarden zijn
Regel 12 / Aai een poes als je er een tegenkomt op straat

Alle twaalf de regels

Abonneer je op de maandelijkse nieuwsbrief en hoor wanneer de andere regels zijn verschenen.

Regel 1

Sta rechtop met je schouders naar achteren

Mini-samenvatting: Dit hoofdstuk gaat over kreeften. (En over hoe we daar meer op lijken dan we beseffen.) Ze leven in dominantiehiërarchieën, net als wij. Degenen aan de top hebben verreweg het meeste (voedsel, vrouwtjes, schuilplaatsen, etc.), net als degenen aan de top in onze wereld. Ongelijkheid is dus een fundamenteel onderdeel van de natuur. Dit betekent niet dat ongelijkheid geen probleem is, alleen dat de oorzaken dieper liggen dan onze sociale structuren – en dus niet louter de schuld is van kwaaie kapitalisten. Kreeften hebben al ongelijkheid! Net als kreeften zijn we ons van onze status bewust. Sommigen bungelen onderaan de dominantiehiërachie. Door tegenslag raken ze in een zelfversterkende negatieve cirkel. Zij ervaren meer stress, worden vaker ziek en hebben minder partnerkeuze. Klote, dus. Wat te doen? Rechtop staan, zowel metaforisch als letterlijk.

 

Het voorgerecht: de kreeft

Wat gebeurt er als je werkelijk verloren hebt? Je druipt af. Ineenkruipen na een nederlaag, wij doen het, maar wij waren niet de eersten. Petersons protagonisten van het eerste hoofdstuk, kreeften, deden het 350 miljoen jaar geleden al. Ter vergelijking: 65 miljoen jaar geleden waren er nog dinosaurussen.

Peterson beschrijft hoe kreeften op de bodem van de zee leven. Goede verstopplekken zijn schaars, maar van levensbelang. Tijdens verkenningstochten stuiten kreeften soms op elkaar. Wat ontstaat is een dominantiestrijd. De kreeft (hier door mij vertaald):

Begint rond te dansen als een bokser, zijn klauwen geopend en uitgestoken, voorwaarts bewegend, achterwaarts, van de ene kant naar de andere, zijn tegenstander spiegelend, heen en weer zwaaiend met zijn open klauwen. Tegelijkertijd gebruikt hij een speciale klep onder zijn ogen om vloeistof naar zijn tegenstander te sturen. De vloeistof bevat een mengsel van chemicaliën die de andere kreeft vertelt over zijn grootte, geslacht, gezondheid en gemoedstoestand.

Soms werkt de boksersdans en de chemische uitwisseling van informatie de-escalerend. Eentje trekt zich terug. Soms niet. Peterson beschrijft hoe de strijd dan intensiveert. Klauwen zwaaien in het rond. Trekt niemand zich terug? Escalatie. Ze proberen elkaar op de rug te leggen. Lukt dit niet of geeft de verliezer nog niet op? Nog verdere escalatie. Nu wordt het ware strijd waarin een of beide kreeften heftig, of wellicht dodelijk, gewond zal raken.

Interessant is wat er met de verliezer gebeurd na zo’n heftige strijd:

Een verslagen strijder verliest zelfvertrouwen, soms voor dagen. Soms kan het verlies nog ergere consequenties hebben. Als een dominante kreeft zwaar verslagen is lost zijn brein praktisch op. Dan groeit het een nieuw, ondergeschikt brein­ – een die beter past bij zijn nieuwe, lage positie. Zijn originele brein was simpelweg niet geraffineerd genoeg om de transformatie van koning naar kneus te overleven zonder complete ontbinding en hergroei. Iedereen die wel eens een pijnlijke transformatie heeft meegemaakt na een serieuze nederlaag in de liefde of het werk voelt misschien wel wat verwantschap met het ooit succesvolle schaaldier.

Het zijn hormonen die dit gedrag veroorzaken, dezelfde hormonen die een cruciale rol spelen in het managen van onze gemoedstoestand. Sterker nog, Peterson wijst op een opmerkelijk onderzoek dat laat zien dat het toedienen van antidepressiva verslagen kreeften opvrolijkt en strijdbaar maakt.

De dominantiesoep: de winnaar neemt het allemaal

Vanaf hier maakt Peterson de denkbeweging naar ongelijkheid. Winnende kreeften staan bovenaan de dominantiehiërarchie en hebben het goed voor elkaar:

Het duurt niet heel lang voordat kreeften, elkaar uittestend, leren met wie je kunt kloten en wie je een met een ruime bocht wilt passeren – en vanaf het moment dat ze dat geleerd hebben is die hiërarchie buitengewoon stabiel. Het enige wat een winnaar hoeft te doen, als hij gewonnen heeft, is zijn antenne agressief wiebelen en de vorige tegenstander stuift weg in het zand. Een zwakkere kreeft zal stoppen met proberen, zijn lagere status accepteren, en zijn ledematen aan zijn lichaam houden. De kreeftenbaas, ter contrast – wonend in de beste schuilplaatsen, voldoende rust krijgend, goede maaltijden verorberend – paradeert dominant rond in zijn territorium, ondergeschikte kreeften ’s nachts wakker makend, slechts om hun te herinneren wie de baas is.

De succesvolle kreeften hebben een onevenredige hoeveelheid schuilplaatsen en aanbidders. Ze hebben bijna alles. Volgens Peterson hebben vrouwelijke kreeften het selectieproces van het kiezen van een geschikte partner uitbesteed aan de mannetjes. Zij mogen het uitvechten en de vrouwtjes werpen zich aan de voeten van degenen die er bovenuit steken.

Zulke dominantie hiërarchieën spelen volgens Peterson een cruciale rol in evolutie:

De dominantie hiërarchieën zijn een essentieel permanent kenmerk geweest van de omgeving waaraan al het complexe leven zich heeft aangepast. Een derde van een miljard jaar geleden waren breinen en zenuwstelsels relatief eenvoudig. Niettemin hadden ze al de structuur en de neurochemie die noodzakelijk is om informatie te verwerken over status en de maatschappij. Het belang hiervan kan nauwelijks worden overschat.

Het hoofdgerecht: de mens

Ook bij mensen speelt de dominantiehiërachie een cruciale rol. 1% van de bevolking heeft evenveel rijkdom als de onderste 50%. Als het om geld gaat, kennen we dit soort statistieken allemaal. Maar – en dit is een cruciaal punt – volgens Peterson geldt dit niet alleen voor geld:

Hetzelfde brute principe van ongelijke verdeling geldt buiten het financiële domein–inderdaad, overal waar creatieve productie nodig is. De meerderheid van wetenschappelijke artikelen wordt gepubliceerd door een hele kleine groep wetenschappers. Een kleine fractie van de muzikanten produceert vrijwel alle commerciële muziek. Slechts een handvol auteurs verkoopt alle boeken. Anderhalf miljoen verschillende titels worden ieder jaar in de Verenigde Staten verkocht. Echter, slechts vijfhonderd hiervan verkopen meer dan honderdduizend exemplaren.

Dit principe wordt soms ook wel Price’s law genoemd, of the Matthews Principle. Degenen die veel hebben zullen meer krijgen, degenen die minder hebben minder. Volgens Peterson is ongelijkheid in onze samenleving dus niet louter het gevolg van sociale constructies, van het kapitalisme, maar inherent aan de natuur. Ongelijkheid nemen we al waar bij kreeften: het bestond 350 miljoen jaar geleden al.

Zo zien we ook dat vrouwen, net als hun kreeftelijke tegenhangers, de mannen het laten uitvechten. Topsporters, musici, kunstenaars, CEO’s, de absolute toppers uit verschillende domeinen hebben de vrouwen voor het uitkiezen. Meer in Petersons termen: degenen die heersen in de dominantiehiërarchie worden beloond.

Het grote verschil tussen kreeften en mensen is echter dat bij ons fysieke kracht onvoldoende is voor langdurige dominantie.

Een korte kanttekening: Dit inzicht zien we ook al terug bij de filosoof Thomas Hobbes. Hij meende dat het leven in de natuurstaat, voordat er overheden waren, bruut, naar en kort was. Geen enkel individu was sterk genoeg om drie gehaaide anderen te weerstaan, daarom zou er nooit een stabiele samenleving ontstaan en was het een oorlog van allen tegen allen, aldus Hobbes.

Peterson zou het slechts deels eens zijn met deze Hobbesiaanse analyse. Hij maakt met behulp van de wetenschappelijke studies over chimpansees van de Nederlandse primatoloog Frans de Waal het volgende punt:

Het klopt dat fysieke kracht onvoldoende is voor dominantie bij mensen, dit zien we al bij chimpansees: ‘zelfs de meest brute, despotische chimpansee kan namelijk worden neergehaald, door twee tegenstanders, ieder driekwart zo gemeen.’ Echter, dit betekent niet dat er bij primaten geen stabiele dominantie kan ontstaan, slechts dat fysieke kracht en agressie niet de belangrijkste factor is. Wat dat wel is? Het aangaan van wederkerige relaties.

Het hoofdgerecht ontleed: de interne statusmachine

Volgens Peterson dragen we allemaal een interne rekenmachine, diep in ons brein, nog primitiever  en fundamenteler dan onze gedachten en gevoelens, die onze plaats in de maatschappij bijhoudt. Dit is wat we hebben overgeërfd van de kreeften. Onze hormonen hangen samen met deze plaats. Mensen onderaan de ladder maken minder serotonine aan en zijn daardoor gevoeliger voor stress. Ze besteden meer energie aan het rekening houden met mogelijke crisissen.

Deze interne rekenmachine functioneert niet perfect. Slechte slaap- en eetgewoontes hebben negatieve gevolgen. Een ander mogelijk probleem zijn onze feedback loops. Gedrag stimuleert zichzelf:

Onze angstsystemen zijn zeer praktisch. Ze nemen aan dat alles waar je voor wegrent gevaarlijk is. Het bewijs is, natuurlijk, het feit dat je wegrende.

Neem bijvoorbeeld een man die iedere dag na werktijd door zijn baas nog een aantal uren aan het werk wordt gezet. Hij wil aan zijn baas vragen of het wat minder kan, hij krijgt er immers niet extra voor betaald. Hij heeft de vraag al weken uitgesteld en besloten vandaag op zijn baas af te stappen. Het is druk op het werk en de baas lijkt geïrriteerd. ‘Misschien morgen, ik wil hem toch niet lastig vallen,’ denkt hij. Zo heeft hij weer voor zichzelf bevestigt dat het eng is om een dergelijke vraag te stellen. Het zal de volgende keer nog lastiger zijn.

Het dessert: rechtop staan

Peterson beschrijft hoe sommigen opgroeien met de overtuiging dat iedere vorm van agressie slecht is. Ze denken dat goed zijn betekent dat je niet in staat bent iets slechts te doen. Nee, werkelijk goed zijn is volgens Peterson kwaad kunnen doen, maar kiezen om het niet te doen. Het is als het rondlopen met een zwaard, maar deze in de schede latende.

Degenen die alleen maar medelijden voor anderen tonen en zichzelf voortdurend opofferen kunnen niet voldoende agressie oproepen om voor zichzelf op te komen. Ze zijn naïef en er wordt misbruik van hen gemaakt. Ze eindigen onderaan de dominantieladder omdat ze iedere vorm van agressie hebben uitgeschakeld. Ze zijn zwaardloos. Ze zullen de ander, of nog erger, het bestaan zelf, gaan haten.

Dit is wat Peterson bedoelt met rechtop staan met je schouders naar achteren: leren voor jezelf op te komen:

Als je kunt bijten, hoeft het meestal niet. Het vermogen met agressie en geweld te reageren, zal indien op de juiste manier geïntegreerd, juist de kans dat geweld noodzakelijk is verkleinen. Als je nee zegt, wanneer de onderdrukking net begint, en je meent wat je zegt (wat betekent dat je je weigering in duidelijke termen formuleert en je achter je woorden staat) dan zal de hoeveelheid onderdrukking beperkt blijven.

Naast de metaforische betekenis bedoelt hij het letterlijk. Rechtop staan betekent je fysieke houding veranderen, we meten immers net als kreeften iemands status deel af aan uiterlijke kenmerken:

Als je houding slecht is – als je ingezakt bent, met schouders voorwaarts en gebogen , borst ingetrokken, hoofd naar beneden, klein lijkend, verslagen en onbelangrijk (beschermd, in theorie, tegen aanvallen van achteren)–dan zal je je klein, verslagen en onbelangrijk voelen. De reacties van anderen zullen dit effect versterken. Mensen, net als kreeften, meten elkaar, deels door de houding. Als jij jezelf presenteert als verslagen zullen mensen op je reageren alsof je verliest. Als je begint met rechtop staan, zullen mensen anders naar je kijken en zich anders gedragen.

Wellicht denk je, maar ik sta onderaan de ladder. Als ik mij ineens groter ga gedragen zullen anderen hun ogen op mij richten en die druk kan ik niet aan. Dat is waar, erkent Peterson. Maar er is geen alternatief. Begin klein. Leven onderaan de dominantieladder is een leven vol misère.

Je kunt maar één kant op, omhoog. Bovendien werkt je zenuwstelsel anders als je zelf de keuze maakt iets lastigs te doen, het moedwillig aangaat in plaats van wacht en wacht tot het moet. ‘Je reageert op een uitdaging, in plaats van je voor te bereiden op een ramp.’

Mensen, inclusief jijzelf, zullen aannemen dat je bekwaam bent (of ten minste niet direct het tegenovergestelde concluderen). Aangemoedigd door de positieve reacties die je ontvangt zal je minder angstig worden. Je zult het makkelijker vinden aandacht te besteden aan subtiele sociale signalen die mensen uitwisselen als ze communiceren. Je gesprekken zullen vloeiender worden, met minder ongemakkelijke pauzes. Dit maakt het waarschijnlijker dat je mensen ontmoet, met ze omgaat en een goede indruk achterlaat. Dit doen verhoogt niet alleen de kans dat goede dingen zullen gebeuren–het laat ook de dingen die gebeuren beter voelen.

In tegenstelling tot kreeften kunnen wij deze analyse maken. Wij kunnen erachter komen waarom we ons op een lage positie in de maatschappij bevinden. Wij kunnen een strategie bedenken om dit tegen te gaan. Wij kunnen het onbekende confronteren, ondanks dat het eng is. Juist omdat het eng is, is het het waard. Dus, in de woorden van Peterson: ‘Sta rechtop, met je schouders naar achteren.’

Lees 12 rules for life: an antidote to chaos van Jordan Peterson in het geheel voor de andere regels, die ik de komende tijd ook zal bespreken. Abonneer je op de nieuwsbrief hieronder en hoor het wanneer andere regels zijn verschenen. Nog niet genoeg van Peterson? Lees daarnaast wat hij te vertellen heeft over de kracht van het schrijven van essays: de moderne manier om jezelf te bewapenen.

Vind je dit interessant?

Ontvang elke maand interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

4 comments

  1. Weliswaar een bevestiging van hoe ik de wereld reeds zag, maar wel een erg mooie verdieping en praktische invulling daarvan. Ik heb het boek besteld.

  2. Zijn sociale constructies volgens Peterson dan niet inherent aan de natuur? Of ziet hij deze dan als fundamenteel andere dingen? Hij lijkt met het voorbeeld met de kreeft het eerste te impliceren..

    1. Sociale ordeningen komen inderdaad voort uit de natuur, wat volgens mij impliceert dat het geen sociale constructen zijn. Als het sociale constructen zouden zijn, zouden het louter afspraken zijn. Volgens hem gaan sociale ordes veel dieper dan dat. Ze hebben o.a. hele diepe biologische oorzaken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*