Overboord met de liefde: Nietzsche over het huwelijk

Het moderne huwelijk heeft zijn zin verloren, dus schaft men het af.

Nietzsche-bibliotheek - AfgodenschemeringTrouwen uit liefde is de norm geworden. Niet langer bepaalt je familie jouw levenspartner. Niet langer bepaalt je familie de ouder van je kinderen. Niet langer bepaalt je familie naast wie je de komende zestig jaar wakker wordt. Je mag zelf nu kiezen. En meer vrijheid is beter, toch?

We mogen niet te vroeg juichen. In groten getale verbreken echtparen hun verbintenis ruim voordat de dood hen scheidt. Bovendien stappen steeds minder jongeren in het huwelijksbootje. Ze swipen lekker verder.

Trouwen uit liefde, dus toch een ongelukkige combinatie? Nietzsche meent van wel:

Door een steeds grotere toegeeflijkheid ten gunste van de echtverbintenis uit liefde heeft men het fundament onder het huwelijk, datgene waardoor het pas tot een instituut is geworden, weggeslagen. Men kan een instituut nooit ofte nimmer funderen op een idiosyncrasie, men kan het huwelijk, zoals gezegd, nooit funderen op ‘liefde’

Friedrich Nietzsche (1844-1900), Duits filosoof, essayist, en wereldberoemd door zijn krachtige aforismen, wijdt in Afgodenschemering enkele paragrafen aan het huwelijk. Zijn aanklacht tegen het moderne huwelijk dient als voorbeeld van een bredere aanklacht jegens de moderniteit: we wantrouwen instellingen, autoriteit, meer en meer en daarmee gaat alles van waarde – dat wat langer duurt dan een zucht, zoals het huwelijk – verloren.

In zijn, hier door Hans Driessen vertaalde, woorden:

Heel het Westen heeft die instincten verloren waaruit instellingen voortkomen, waaruit toekomst voortkomt: er is misschien niets wat zozeer tegen de ‘moderne geest’ van het Westen indruist. Men leeft van de ene dag in de andere, men leeft heel snel, – men leeft heel onverantwoordelijk: juist dit noemt men ‘vrijheid’.

Men is bang geworden voor de verveling, concludeerde de Britse filosoof Bertrand Russell.

Wat instellingen tot instellingen maakt, wordt geminacht, gehaat, afgewezen: het woord ‘autoriteit’ hoeft maar te vallen of men waant zich bedreigd door een nieuw soort slavernij.

Als voorbeeld: het fenomeen uithuwelijken. Wij hebben deze ‘autoritaire’ verplichting, waarin de ouders de verantwoordelijkheid nemen, zelf allang afgeschaft en trouwen nu, golddiggers uitgezonderd, uit liefde. In andere culturen bestaat het nog, maar hoe vaak wordt dat heden ten dage niet beschreven als een vorm van onderdrukking, van slavernij? Als iets wat wij, verlichte westerlingen, zouden moeten oplossen?

Nietzsche heeft voor ons moderne huwelijk, trouwen uit liefde, geen enkel aardig woord over:

Uit het moderne huwelijk is onmiskenbaar alle redelijkheid verdwenen: dat is echter geen bezwaar tegen het huwelijk, maar tegen het moderne leven. De redelijkheid van het huwelijk – die was gelegen in de exclusieve juridische verantwoordelijkheid van de man: daardoor kreeg het huwelijk een zwaartepunt, terwijl het tegenwoordig aan beide benen mank is. De redelijkheid van het huwelijk – die was gelegen in zijn principiële onontbindbaarheid: daardoor kreeg het een accent dat zich boven toevallige factoren als gevoel, hartstocht en ogenblik gehoor wist te verschaffen. Ze was eveneens gelegen in de verantwoordelijkheid van de families voor de keuze van de huwelijkskandidaten.

Als niet liefde, waar moet men dan wel volgens Nietzsche het huwelijk op funderen?

– men kan het alleen funderen op de geslachtsdrift, op de bezitsdrift (vrouw en kinderen als eigendom), op de machtsdrift, die voor zichzelf voortdurend de kleinst mogelijke machtsstructuur, het gezin, creëert, die kinderen en erfgenamen nodig heeft om een verworven mate van macht, invloed en rijkdom ook fysiologisch te continueren, om langjarige taken, om een solidariteit van instincten tussen de verschillende eeuwen voor te bereiden. In het huwelijk als instituut ligt reeds de bevestiging besloten van de grootste en duurzaamste organisatievorm: wanneer de samenleving niet voor zichzelf als eenheid tot in de verste geslachten kan instaan, heeft het huwelijk geen enkele zin.

Dus, pap, mam, vertel het maar: met wie moet ik trouwen?

Afgodenschemering daagt uit tot denken. Nietzsche’s hamer tikt op grote denkers, schrijvers en denkbeelden en test zo of ze hol zijn. Slechts enkele grootheden houden stand, zoals Dostojevski, Thucydides, schrijver van de beroemde Griekse passage over het recht van de sterkste, en Machiavelli. Een andere favoriet van Nietzsche was Balatasar Gracián, die stelde dat we sluw en berekend de wereld moeten verbeteren. Complementeer je leeservaring met Nietzsche over de noodzaak van alleen zijn en de filosoof als voorbeeld.

Vind je dit interessant?

Ontvang elke maand interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

1 comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*