Het nieuws niet volgen: waarom Gustave Flaubert geen kranten las

Wat zouden die prachtige kranten, die je me zo graag iedere ochtend onder het nuttigen van een beboterd stuk brood en een kop koffie met melk door zou zien nemen, mij te vertellen hebben? Wat gaat het mij aan wat ze allemaal beweren?

Kranten lezen, het journaal kijken, nieuwsapps volgen, het lijkt allemaal nodig om op de hoogte te blijven. Meer dan ooit zijn we bang iets te missen; nog nooit was er zoveel dat we constant misten.

Maar dit dilemma is niet nieuw, hooguit heftiger. Al ver voor onze twittertijd sloten beroemde denkers zich af van al het tijdelijke. Zo liet de Amerikaanse filosoof Thoreau ruim honderdvijftig jaar geleden de kranten links liggen. In dezelfde periode, aan onze kant van de oceaan, leefde Gustave Flaubert met een soortgelijk besluit.

Gustave Flaubert (1821 – 1880) was een Frans schrijver, beroemd van de roman Madame Bovary. Nog prachtiger dan die roman vinden velen zijn brieven, waarvan een selectie is gepubliceerd onder de titel Haat is een deugd. Ik ook. Het is subliem. In een van zijn brieven, aan zijn muze Louise Colet, hier vertaald door Edu Burger, legt hij op fenomenale wijze uit waarom hij geen kranten leest.

Eerst beschrijft hij dat hij zich heeft afgesloten van de buitenwereld:

Niets van de buitenwereld dringt tot mij door. Er is geen ijsbeer op zijn schots in het verre noorden die minder op de hoogte is van wat er in de wereld omgaat, dan ik. In de eerste plaats is het mijn natuur die mij daar sterk toe drijft, en in de tweede plaats heb ik mij van de kunst bediend om zover te komen. Ik heb mijn hol gegraven en ik blijf erin zitten met geen andere bekommernis dan er steeds dezelfde temperatuur te laten heersen.

Hij zag geen enkele reden om kranten te lezen:

Het is allemaal geestdodend en het irriteert me. Je hebt het over een aardbeving in Livorno. Als ik daarover mijn mond zou opendoen om de in dergelijke omstandigheden gebruikelijke frasen te spuien, zoals: ‘Het is afschuwelijk! Wat een verschrikkelijke ramp! Hoe is het mogelijk! O mijn god!’, zou dat de doden tot leven wekken en de armen hun fortuin terugbezorgen?

Dit lijkt op wat psycholoog Ewee de Koning zegt in zijn pleidooi voor een nieuwsloos leven:

Neem die aanslagen in Nice. Diep en diep triest. Maar het feit dat jij en ik die aanslagen afkeuren maakt ons nog niet tot goede mensen. Onze verontwaardiging lost niets op. We blaten elkaar als een kudde schapen na: ‘O wat is het erg’, ‘heb je het al gehoord?’ ‘Ja, ongelofelijk.’ ­­

Diezelfde avond neemt een coupe in Turkije de breaking news koppen over. Het ene verdriet verdrijft het andere, alsof dat nooit heeft bestaan. Zoals een docent van mij ooit zei: ‘niemand leest de krant van gisteren.’ ”

Flaubert hekelde het feit dat wij onszelf het middelpunt maken van het universum.

Ons nu, ons kleine wereldje om ons heen, maken wij tot het allerbelangrijkste:

Wij maken onszelf het centrum van de natuur, het doel van de schepping en haar hoogste bestaansreden. En wanneer wij iets tegenkomen wat zich daar niet naar schikt, zijn we verbaasd; alles wat ons in de weg staat, ergert ons. Goeie genade, wat heb ik er niet gehoord, wat heb ik vorig jaar niet voor een prachtige uiteenzettingen over de windhoos van Monville moeten verduren. ‘Waarom is dit gebeurd? Hoe is zoiets mogelijk? Kan men zoiets begrijpen? […] wat een gruwel! ‘ En dezelfde mensen die dat zeiden, doodden al pratend spinnen, verpletterden slakken, of zogen misschien, en dat alleen om adem te halen, myriaden bezielde atomen door hun neusgaten naar binnen.

Het is vooral de selectieve verontwaardiging die hem misselijk maakte:

Ja, ik heb een diepe afkeer van kranten, dat wil zeggen van wat kortstondig is, van wat voorbijgaat, van wat vandaag belangrijk is en het morgen niet meer zijn zal. Dat betekent niet dat ik ongevoelig ben. Alleen, ik sympathiseer evenzeer, en misschien meer, met de vergeten ellende van uitgestorven volkeren, waar niemand meer aan denkt, met alle kreten die zij geslaakt hebben en die je niet meer hoort. Ik heb met het lot van de huidige arbeidende klassen niet meer medelijden dan met de slaven van de Oudheid die een molensteen ronddraaiden, niet meer of evenveel.

Hij was een kosmopoliet, ieder leed deed hem evenveel – de volmaking van het Stoïcijnse ideaal van Hierocles om om alle mensen evenveel te geven:

Ik ben evenzeer een mens van deze tijd als een man van de Oudheid, evengoed een Fransman als een Chinees, en het begrip vaderland, dat wil zeggen de verplichting op een stukje land te leven dat op de kaart met rood of zwart wordt aangeduid, en alle andere stukjes in rood of blauw te haten, heeft me altijd bekrompen, geborneerd en ontzettend stompzinnig geleken. Ik ben de broeder in God van al wat leeft, van de giraf, de krokodil én van de mens, en de medeburger van al wat het grote logement van het universum bewoont.

Haat is een deugd is weergaloos. Zijn tirade tegen het nieuws is slechts een deel van één brief uit honderden. Ik verwacht zijn brievenwisseling de komende decennia nog vele malen te herlezen en voeg het met diep ontzag toe aan mijn lijst met favoriete boeken.

Bekijk voor meer argumenten tegen het nieuws volgen het eerder genoemde stuk van Thoreau over het overstijgen van een oppervlakkig bestaan, het pleidooi van psycholoog Ewee de Koning voor nieuwsloos leven, het schrijfadvies van Schopenhauer, waarin hij tekeer gaat tegen de journalisten, en waarom we volgens Schopenhauer überhaupt minder moeten lezen.

Vind je dit interessant?

Ontvang elke maand interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

3 comments

  1. Baie dankie vir die goeie raad, ek gaan so maak. Hier in Suid Afrika is ek veral gatvol vir oneindige stroom berigte oor die geknoei van ons plaaslike politici. Dit help tog niks om iets te verander en voel vir my ons kan net nie wag nie, vir die volgende sappigheid om oor ‘so geskok’ te wees.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*