Alles en iedereen overtuigen: Schopenhauer over de kunst van het gelijk krijgen

De mens wil van nature gelijk hebben


De kunst van het gelijk krijgenPublieke debatten gaan veelal niet om het vinden van een juiste oplossing, maar om het overtuigen van de toeschouwers. Ook gesprekken met vrienden in de kroeg, discussies op verjaardagen bij de koffie en andere woordenwisselingen gaan vaak niet om wie er gelijk heeft, maar om wie er gelijk krijgt. Degene die het meeste weet en degene die het beste kan argumenteren – of het hardst kan schreeuwen – verschilt nogal eens.

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1780 – 1866) constateerde deze drang om ons gelijk te krijgen, die wellicht nog sterker is dan onze drang naar waarheidsvinding, en schreef een kort werkje genaamd Eristik. Dit is vertaald door Tjark Kruiger en uitgegeven onder de titel De Kunst van het Gelijk Krijgen (Duits online).

Schopenhauer laat zien welke streken mensen uithalen om discussies te winnen. Deze informatie kun je gebruiken om bijvoorbeeld politici te ontmaskeren en beter te begrijpen wat hun eigenlijke standpunten zijn, maar tevens zelf gebruiken. Je hoeft geen oplichter te zijn om gelijk te willen krijgen.

SchopenhauerVolgens Schopenhauer gaat vrijwel iedereen er heilig van uit dat zij gelijk hebben. Wij zijn zo koppig als een ezel. Mits we iemand anders ontmoeten die over iets anders denkt, dat is onze eerste idee vaak dat de ander ongelijk heeft. Een reden daarvoor is volgens Schopenhauer dat we ons in het verleden wel eens van een standpunt af hebben laten overtuigen, om vervolgens later tot de conclusie te komen dat we toch gelijk hadden. Bijvoorbeeld dat een vriendje je er vroeger eens van overtuigd heeft om over een sloot te springen waarvan jij dacht dat die te breed was. Met natte schoenen en een lachende ‘vriend’ op de achtergrond zwoer je jezelf vervolgens om nooit meer naar anderen te luisteren.

Toch is het wel degelijk mogelijk om mensen te overtuigen. Volgens Schopenhauer zijn goede argumenten hierin echter niet de doorslaggevende factor. Het zijn trucs, kunstgrepen zoals hij ze zelf noemt, waarmee we ons gelijk weten te halen. Hij somt er achtendertig op. Bijvoorbeeld:

Kunstgreep 8

De tegenstander uit zijn tent lokken, want als hij kwaad is, is hij niet in staat juist te oordelen en op zijn voordeel bedacht te blijven. Men lokt hem uit zijn tent door hem onverholen onrechtvaardig te behandelen, te chicaneren en in het algemeen onbeschoft te zijn.

Door bijvoorbeeld tegen die jongen die voor de sloot staat herhaaldelijk te zeggen dat hij een watje is. Iedere redelijkheid vervaagt bij dergelijke insinuaties en hij springt.

friesland-771127_1280

Ook wijst Schopenhauer op het belang van de woorden die jij en een ander kiest in een discussie. “Een spreker verraadt vaak al van tevoren zijn bedoeling door de namen die hij aan de dingen geeft.” Noem je iemand een terrorist of een vrijheidsstrijder, gebruik je de term Dagobert Duck taks of Succesbelasting, beschrijf je iemand als gelukzoeker of als vluchteling, bestempel je iets als een sloot of als een uitdaging. Kies je woorden zorgvuldig.

Een manier om iemand onderuit te halen, wat nogal vaak gedaan wordt, is door erop te wijzen dat diegene zichzelf tegenspreekt:

Bij een bewering van de tegenstander moeten we nagaan of die niet misschien op de een of andere manier, al was het maar schijnbaar, in tegenspraak is met iets wat hij vroeger heeft gezegd of toegegeven.

Vertel die jongen die druipend voor de sloot zit dat hij zichzelf eerder dapper noemde. De verscholen aanname is dat iemand die dapper is wel een tweede sprong zou wagen. Nu moet die arme jongen erkennen dat hij laf is of toch het nog een keer proberen.

modder

Politici worden op dezelfde wijze publiekelijk gefileerd. Een verandering van inzicht wordt bestempeld als een zwakheid van karakter: ‘Maar tien jaar geleden zij je dit. Draaikont!’ Waarom applaudisseren we juist niet als iemand aantoont van mening te kunnen veranderen? Heb je liever een regeringsleider die altijd ten koste van alles bij zijn eerste standpunt blijft, of iemand die vatbaar is voor redelijke argumenten en in staat is om zijn mening bij te stellen?

Een andere manier is om iemand erop te wijzen dat zijn overtuigingen tegenstrijdig zijn met zijn eigen belang:

Kan men laten voelen dat mening, als die van kracht zou zijn, merkbaar afkeur zou doen aan zijn belang, dan zal hij die zo snel laten vallen als een heet stuk ijzer dat hij per ongeluk had gepakt.

Fluister naar die jongen die al half doorweekt en helemaal chagrijnig is dat zijn buurmeisje, op wie hij al twee maanden verliefd is, hem leuker zal vinden als hij nog eenmaal probeert de overkant van de sloot te halen. Je zult zien hoe snel hij weer in het water ligt.

In de politiek wordt dit wijzen op ‘eigenbelang’ gebruikt om zieltjes te winnen. Bijvoorbeeld door te zeggen dat gelukzoekers banen afpakken. Het is niet van belang of immigranten werkelijk de baankansen van autochtonen verminderen. Het idee alleen al, dat je eventueel je baan kan verliezen aan ‘iemand die hier niet hoort’, is zo’n krachtig beeld dat het voor velen overtuigend werkt. Morele en humanitaire argumenten om vluchtelingen te helpen verdwijnen als sneeuw onder de zon bij het vooruitzicht werkeloos te worden.

Een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Laat je niet door allemaal gemene streken van iets doms overtuigen. Wees niet diegene die driemaal in dezelfde sloot springt, zoals ik ooit deed (alle slootverhalen waren anekdotisch). Lees Schopenhauers De Kunst van Gelijk Krijgen en ontdek alle achtendertig trucs die discussies winnen. Herken ze, ontmasker ze, en gebruik ze waar nodig. With great power comes great responsibilities, om maar met een cliché af te sluiten.


 

Vind je dit interessant?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang maandelijks interessante ideeën uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

Vind je dit interessant?

Ontvang elke maand interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*