Minimalisme: decadente opsmuk

Rust. Tot mijn schrik heeft ieder derde boek in de non-fictie sectie van de AKO dit woord op de omslag. Rust in je hoofd. Rust in je lichaam. Rust in je huis. Ieder deelgebied van ons bestaan wordt gebombardeerd met rust-beloftes.

Een deel van deze boeken zijn van minimalisten. Zij beloven het allemaal: rust in je hoofd en lichaam, door rust te creëren in je huis. Weg met je overtallige spullen. Zevenentwintig paar schoenen? Een paar is genoeg. Zevenhonderd ongelezen boeken? Weg ermee. Snik.

Een nieuw boek over minimalisme? Dat moet je écht kopen.

Net als iedere evangelische boodschap komt het minimalisme in allerlei soorten en maten. Er zijn gematigde boodschappers, zoals de filosoof Marc Dwane, die oproept spullen die je al jaren niet meer gebruikt hebt naar de kringloop te brengen. Het kent extremisten die zo van slag zijn dat ze hun bed bij het grofvuil smijten en zich ’s nachts op de grond nestelen. Alsof mensen niets meer dan honden zijn.

Wat ze gemeen hebben is het beloofde resultaat, dat voorbij gaat aan een opgeruimd huis. Met minder spullen ben je vrijer, onafhankelijker – een gelukkiger mens! – zo roepen de moderne aanhangers van Diogenes.

Oude problematiek

De diagnose van de minimalisten lijkt mij deels correct. We leven in tijden van overvloed. Aan voedsel en spullen geen gebrek. Althans, als welgestelde burgers in een land als het onze. In Afrika zouden minimalisten direct worden uitgelachen. Wij zijn zo rijk geworden dat we niet weten wat we ermee aan moeten.

Toch is dit debat niet nieuw. Al in de oudheid discussieerden filosofen over de invloed van bezit en luxe op geluk. Aristoteles meende dat het geluk het vaakst gevonden kan worden bij zij die niet arm of rijk zijn. Zowel de armen als rijken verkwanselen hun tijd en aandacht met hun drang naar bezit.

De armen moeten wel, omdat ze zich zorgen maken over voedsel en een dak boven hun hoofd. De rijken onterecht, omdat ze zich zorgen maken over het vergaren van nog meer rijkdom. Beiden lijden ze aan hetzelfde: ze verkwisten tijd en energie.

Vrij van deze bezitszorgen waren degenen die niet arm of rijk waren. Zij konden zich bezighouden met de belangrijkere zaken des levens.

De boodschap

Velen van ons zouden met minder spullen kunnen, misschien wel beter af zijn. Dat moet ik de minimalist nageven. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor de planeet. We kunnen niet op dit niveau blijven consumeren.

Maar daar eindigt ook alles wat het minimalisme ons kan bieden. Het is een egoïstische filosofie die niets vertelt over de belangrijke zaken des levens. Het vertelt niets over hoe we ons moeten verhouden tot de ander. Het vertelt ons niets over de liefde.

Het zegt alleen maar dat we beter af zouden zijn met wat minder bezit. Dat lazen we al in Aristoteles. Al die moeite die een minimalist doet om minder te bezitten kan hij of zij beter besteden. Deze zelfopgelegde ascetische levensstijl is niets anders dan decadente opsmuk. Op de grond slapen, totaal idioot.

Geluk gaat het niet brengen.

Voor de minimalistische boodschap zijn geen boeken met glimmende covers nodig. Dat is marketing, handig inspelen op de verlangens van mensen die zo rijk zijn dat ze niet weten wat ze ermee moeten. Een héél boek over hoe het allemaal wel wat minder kan. En mensen kopen dit nog ook.

Ik kan het hele minimalisme samenvatten in een a4tje.

Sterker nog, in drie regels:

  1. Ruim je zooi op.
  2. Geef dingen die je niet gebruikt aan kennissen of een kringloop.
  3. Koop alleen dingen die je werkelijk nodig hebt.

Volg nu regel 3. Zo, dat scheelt je weer €19,95.

Vind je dit interessant?

Ontvang elke maand interessante inzichten uit het verre verleden en opmerkelijke ideeën uit het heden.

2 comments

  1. Goed drie regel advies Floris. Nu nog een goed boek (of een A4tje advies) over hoe om te gaan met de emoties die mij weghouden van opruimen.

    1. Bedankt, Joost. Ik denk niet dat er heel specifiek advies te geven valt.

      Wel kan ik een een algemene strategie bedenken die wellicht helpt: Deel de spullen in in categorieën, lopend van ‘spullen waarvan je je niet eens kunt voorstellen dat je je ze ooit heb gekocht’ tot ‘spullen die je jaren lang plezier hebben gegeven.’

      Begin dan met het weggooien van de spullen uit de eerste categorie. Maak er eventueel nog een foto van, zodat er iets van de herinnering overblijft. Waarschijnlijk zal je er nooit naar kijken, net als dat je ook nooit naar de overtallige spullen kijkt. Ga daarna voor de volgende categorie, steeds een stapje moeilijker. Misschien heb je er iets aan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*